Morilles

Oorspronkelijk kwamen morilles in Europa vrij veel voor op kalkrijke bosgronden. Inmiddels zijn ze op veel plaatsen verdwenen en behoren ze tot de beschermde soorten. De in Nederland aangeboden gedroogde en ingeblikte morilles zijn geïmporteerd uit Frankrijk, Spanje en Italië. Morilles groeien de hele lente in struikgewas in open bossen, braakliggende grond, duinen en langs paden.

Morilles hebben een sponsachtige, puntige hoed die doet denken aan een honingraat. De goudbruine hoed is 5-20 cm hoog en wordt geeloranje bij ouderdom. Vanbinnen is het vruchtlichaam hol, het vlees is wit tot crèmekleurig.

Als u de paddenstoel voortdurend gekoeld bewaart is de paddenstoel enkele dagen houdbaar.

U kunt morilles makkelijk schoonmaken door ze in de lengte door te snijden en te controleren op ongedierte. Spoel daarna af met water en droog ze. Na het schoonmaken kunt u ze het best meteen bereiden. De gedroogde exemplaren moet u eerst goed weken. Het vocht dat overblijft na het weken kan beter niet gebruikt worden omdat er vaak zand achterblijft.

Morilles zijn eetbare paddenstoelen, maar ze moeten voor ze gegeten worden goed verhit zijn – eet ze nooit rauw, omdat ze dan giftig zijn. Het gif verdwijnt bij drogen of verhitten. De smaak van de morilles is kruidig en komt goed tot zijn recht in wildgerechten of ragouts. Ook gedroogde morilles zijn zeer smaakvol en zeer geschikt als vervanging voor de verse soortgenoot. U kunt halve vruchtlichamen zeer goed vullen, ze passen goed bij verschillende vleesgerechten en kunt u er heerlijk saus van maken. Vooral gedroogde exemplaren verrijken uw gerecht door de sterke smaak.

Vanwege alle holtes worden morilles vaak bewoond door pissebedden en ander ongedierte, controleer alle exemplaren dus goed.

Morilles kunnen in soepen; in lauwe salade; in ragout; gesmoorde morilles met ui als basis voor saus; vullen met ganzenlever, kippenlever, gehakt, stukje vis, paddenstoelen of bolletje mozzarella.
Bron : Super de boer

Tags:

Leave a Comment